Zit-volleybal voor Prins Bernhard
In de winter van 1964 kreeg ik tijdens een dansfeestje een vastzittende voetbalknie. Dat gebeurde in het weekend in café de Unie in Garmerwolde. Ik kon het rechterbeen niet meer volledig strekken of buigen. Er hoopte zich al spoedig vocht op in het kniegewricht. Dus maar naar de plaatselijke huisarts, dokter van der Werff. In de hoop op zijn advies van militaire dienst ziek thuis te kunnen blijven. Dokter van der Werff had een goed karakter, maar was ook wel een houwdegen. Hij kon de naald van een injectiespuit vanaf enige afstand in je dijbeen werpen. Ik kon volgens de dokter zondagavond wel terug strompelen naar de cavaleriekazerne in Amersfoort.Zo kwam ik in de medische poot van het Nederlandse leger terecht. In het militaire ziekenhuis "Oog in Al" in Utrecht werd ik onderzocht door een legerarts. Hij liet me de rechter broekspijp optrekken en zei op enige afstand: "snijden". Wel even schrikken, maar een paar weken later werd ik in dit ziekenhuis opgenomen voor een meniscusoperatie. Dat was in die tijd nog een hele ingreep. Na de operatie ondergebracht op een ziekenzaal met ongeveer vijftien medepatiënten. De ergste patiënt was een dienstplichtig soldaat, die zijn voet voor de helft had verloren onder het loopwiel van een Centurion tank. Het hospitaal verstrekte de patiënten passende ziekenhuiskleding: een blauwe broek, een wit overhemd, een rode stropdas en een slecht sluitende kamerjas. Het verplegend personeel bestond grotendeels uit vrouwelijke militairen van verschillende rangen.
De kamerjas was de oorzaak van een bestraffing, die ik moest ondergaan. Op het balkon van de ziekenzaal stonden we aan het eind van de middag met een groepje medepatiënten het naar huis fietsende personeel gade te slaan. Ik salueerde voor een passerende vrouwelijke militair, waarbij de kamerjas wijd openviel en de schaarse onderkleding in zicht kwam. Het bleek de volgende dag dat ik het hoofd van de verpleegafdeling zo had gegroet, die bestrafte me met een verbod op ziekenbezoek gedurende de rest van de week.
Er mocht in de ziekenzaal niet worden gerookt, alleen buiten op het balkon. Dat was voor de niet mobiele rokende patiënt een probleem, dat werd opgelost door gebruik van het "paniekbakje". Dit was een leeg sigaretten blikje, dat door vertrekkende patiënten aan de nieuwkomers werd doorgegeven. Als s avonds om half elf voor de nacht het zaallicht werd gedoofd, zag je op veel bedden de aanstekers oplichtten. Bij controle verdween de brandende sigaret snel in het paniekbakje onder de lakens.
Na een verblijf van tien dagen in het ziekenhuis werd ik naar het Militair Revalidatie Centrum Aardenburg in Doorn gestuurd. De patiënten werden met een groene legerbus vanaf het station in Amersfoort opgehaald. De buschauffeur was een oudere sergeant met een rood koordje aan de schouder. Hij had in Indië gediend en sprak tijdens de busrit naar Doorn altijd luidkeels over de seksuele prestaties van Javaanse vrouwen. Die waren volgens hem in staat vaginaal te gorgelen en soms te fluiten. Ik was hierdoor wel enigszins van stuk. Want ik had alleen ervaring met het roken van "Javaanse jongens", destijds een goedkope shag in een donkerblauw pakje met rode opdruk.
Het revalidatiecentrum had als hoofdgebouw een grote witte villa, met daaromheen tussen de bomen in het park de slaapbarakken voor de patiënten. Ik was één van de "lichtere gevallen", er verbleven veel zwaar gehandicapte soldaten. Die waren in Nieuw Guinea gewond geraakt, of soms tijdens de opleiding bij het touwklimmen van grote hoogte gevallen. Het dagprogramma begon met de ceremonie van het vlag hijsen. Daarbij moest je in het gelid en in de houding gaan staan. Bij het commando voor dat laatste hoorde je de krukken rammelen.
De revalidatie was er op gericht het been en het kniegewricht weer in conditie te brengen. Men had daarvoor verschillende therapieën, zoals een weefgetouw bedienen, potten uit klei draaien en sport. Veel van de destijds gedraaide potten zijn nog steeds in familiebezit. Ook heb ik nog een demonstratie zit-volleybal mogen geven voor Prins Bernhard. Die landde in vol ornaat met een helikopter op het sportveld nabij de gymnastiekzaal voor een vluchtig bezoek aan de instelling.
Vlak voor ontslag uit het revalidatiecentrum kreeg ik hevige pijn aan het rechteroor. Een dokter van het revalidatiecentrum bekeek het oor. Hij pakte een spatel met zalf en smeerde dat in het linkeroor. Ik was enigszins verbouwereerd en zei: "Ik had toch pijn in het rechteroor?". Hij pakte vervolgens een nieuwe spatel met zalf, smeerde dat ook in het rechteroor en zei: "het andere oor vertoont precies dezelfde verschijnselen". In de zomer van 1964 kon ik terug naar de parate troepen in t Harde. Vooralsnog met een beperkte inzetbaarheid.
Cor Uitham, 23 december 2004